Verwijten. Accuut besmettingsgevaar.

Een kluwen van verwijten. Waar moet ik beginnen? Zachtjes aan een willekeurig lusje trekken en dan kijken wat er gebeurt. Bij elke beweging ontstaat direct een nieuwe knoop. Dat werkt dus niet. Andere aanpak: netjes het begin zoeken en dan terugsteken tot aan het einde. Veel te ingewikkeld. Voor je het weet loop je vast. Pfff.
Zo voelt een coachgesprek met een kibbelend getrouwd stel. Machteloos. Toch wil je iets doen om te helpen. Je gaat hard werken om een goede aanpak te bedenken. Maar niets werkt natuurlijk. Ach, ergens wist ik dat allang.

Het ene verwijt levert het andere op. Net kinderen. Hm nee, dat is niet eerlijk naar kinderen. Kindergekibbel is namelijk kinderwerk vergeleken bij de snijdende woordenbrij waarmee volwassenen elkaar kunnen bestoken. Vooral geliefden. Hoe paradoxaal en schrijnend. Het gebeurt vaak achter de gordijnen, maar soms komt het naar buiten. In dit geval in mijn huiskamer.

In mijn hoofd zit ondertussen ook een kluwen aan gedachten. Waarom zou ik die kluwen willen ontwarren als coach van dit stel? Weet je wat? Ik stel gewoon mijn machteloosheid aan de orde. Of nee, ik leg uit dat dit gekibbel niets oplevert. Laat maar: dan beland ik natuurlijk in een eindeloze discussie die ik verlies. Wacht eens. Ik hou ze een spiegel voor. Dan mogen ze zelf ontdekken waar ze de fout in gaan. Oh nee, dan gaan toch alleen maar de verkeerde conclusies trekken.

“Hoe lang zitten jullie al in deze kluwen?”, vraag ik. Verbaasde gezichten. Argwaan met een sprankje nieuwsgierigheid. “Hoe bedoel je?” Geen verwijt, wat een opluchting. Wel een vraag. Een vraag in plaats van een verwijt. Dat is het begin van een nieuwe draad. Nu maar hopen dat die niet gaat rafelen of klitten.

Als je hier iets van herkent en er iets mee wilt, heb ik de volgende handreikingen voor je:
1. Stap even uit het gesprek, wel op een vriendelijke manier.
2. Kom tot jezelf. Kijk even niet naar wat de ander fout of goed doet.
3. Laat de negatieve sfeer in jezelf doven.
4. Stel jezelf een paar vragen: Wat raakt me zo? Wat mis ik eigenlijk? Welk verlangen zit daar onder?
5. Bewaar de antwoorden op deze vragen voorlopig even zonder ze uit te spreken.
6. Stel voor jezelf deze vragen ook over de ander: Wat raakt hem (of haar) zo? Wat mist hij? Welk verlangen zit daar voor hem onder?
7. Zoek een ontspannen moment om je antwoorden op vraag 6 te bespreken met de ander. Doe dit vragend en zoekend, zonder dat jouw antwoorden persé goed hoeven te zijn.
8. Nodig de ander uit zijn eigen antwoorden op deze vragen te geven. (Het gaat per slot van rekening over zijn gevoelens en verlangens! Die kent hij zelf het beste.)
9. Als er een nietes-welles-sfeer ontstaat kun je terug gaan naar een voorgaande stap.
10. Als de ander zich helemaal heeft kunnen uitspreken kun je je eigen antwoorden van stap 4 voorleggen aan de ander….

Ik wens je een prettig verwijtloos gesprek toe. En laat je niet ontmoedigen bij een eerste mislukking, want oefening baart kunst.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *