.
Praktische invultips:
Met
deze tips kun je de uitslag van je zelftest betrouwbaarder
maken!
•
Hoe ga je om met verschillende zinnen binnen een omschrijving?
De zinnen in een omschrijving kunnen heel verschillend zijn.
Daardoor herken je sommige zinnen wel. En andere zinnen misschien
helemaal niet. In dat geval kun je de omschrijving als volgt
scoren. Je geeft je score per zin, bijvoorbeeld: Zin 1 klopt
voor 0% voor mij, Zin 2 klopt voor 50% voor mij, Zin 3 klopt
voor 100% voor mij enzovoorts. Je antwoord op de totale omschrijving
is het gemiddelde van de antwoorden die je per zin geeft.
•
Geef elke omschrijving een andere score!
De totale test bestaat uit twaalf omschrijvingen. Waarschijnlijk
herken je in elke omschrijving wel iets van jezelf. Maar bij
de ene omschrijving ervaar je een sterkere herkenning dan
bij de andere. In die nuancering schuilt de kracht van deze
test. Kijk daarom goed of je voor elke omschrijving een ander
antwoord hebt. Zo niet: probeer alsnog aan te geven welke
stijl ietsje meer of minder herkenning oproept en pas de betreffende
antwoorden daarop aan.
•
Vraag een goede kennis om te helpen bij het bepalen van de
juiste antwoorden!
•
Hoe ga je om met ‘wisselende’ antwoorden?
“De ene week voel ik me zelfverzekerd en avontuurlijk
en de andere week is dat weer veel minder”.
“Op mijn werk ben ik anders dan in mijn privé-situatie.”
Bekijk alle omschrijvingen zoveel mogelijk vanuit één
levenssituatie (werk, privé, hobby, vereniging) en
vanuit één momentopname in je leven. Als je
eens meerdere situaties wilt testen, mag je de zelftest ook
meerdere malen inzenden. Voeg in dat geval een extra omschrijving
aan je naam toe. Bijvoorbeeld: “Karel Karelsen (privé-situatie)”
.
|